Tweegesprek Onno en Jörgen
‘Je moet niet blind zijn voor de schaduwzijde, maar AI biedt ook veel kansen’
Hoe gaan we als onderwijs om met technologische ontwikkelingen met veel impact, zoals AI? Die vraag ligt sinds een jaar op het bordje van elke middelbare school in Nederland. Wat vinden twee Cederdocenten, die zich al jaren bezighouden met ICT en technologie, hiervan? Zorgelijk, of reden tot blijdschap? Een gesprek met Jörgen Hilbrands, teamleider onderbouw van het HLW met ‘tech’ in zijn portfolio en docent geschiedenis en Onno Kroese, programmaleider van Junior Businessschool, ICT-coördinator/i-Coach en docent geschiedenis en maatschappijleer op de CSB.
Eerst maar even de vraag: wat doen jullie op het gebied van ICT bij jullie op school?
Onno: “Ik ben al 24 jaar ICT-coördinator. Lang heb ik de ICT-inkoop gedaan, maar sinds de soft- en hardware bovenschools door de Cedergroep wordt ingekocht, is er ruimte om het coördinatorschap op school anders in te vullen. Sinds kort ben ik dan ook i-Coach. Ik geef mensen onderwijskundige training en samen met Patricia van Poppen (van het boek ‘Kleppen dicht’) geef ik les aan docenten. Doel? De drempel verlagen om devices en ICT in de les te gebruiken. Ik haal daar veel voldoening uit.”
Jörgen: “Bij ons op school gaan we uit van blended learning. Het is nogal afhankelijk van een docent hoe dat wordt ingevuld. Werken met een laptop waarop het boek online wordt gebruikt, is daar wat mij betreft geen goed voorbeeld van. We zijn met de werkgroep ICT op zoek naar hoe we dat begrip beter invulling kunnen geven. Hoe kan technologie echt van meerwaarde zijn voor leerlingen? Samen met Ming-Faraz Kahn van NxtGen+ willen we op het HLW volgend jaar een Techklas starten, waarin we onderdelen aanbieden als ethisch hacken, programmeren en AI. Wat mij betreft leren leerlingen niet alleen netjes coderen, maar maken ze kennis met alle facetten van deze nieuwe technologische ontwikkelingen.”

Onno

Jörgen
Wat vinden jullie van de uitspraak dat we moeten leren omgaan met AI in het onderwijs?
Onno: “Ja, dat vind ik zeker. ChatGPT is heel interessant. Vooral voor bovenbouwleerlingen. De eerste hype hieromtrent is alweer een beetje aan het afnemen. Eerst zag het onderwijs het vooral als een bedreiging, maar langzaam verandert dat beeld en zien meer docenten het ook als kans. Ik zit ook meer op die lijn. Zo gebruik ik de chatbox-assistent Maia bij Lesson Up, een fijn digitaal programma dat uitnodigt voor interactie met leerlingen en formatief handelen. AI kan daar heel behulpzaam bij zijn, bijvoorbeeld bij het maken van meerkeuzevragen. Dat verlicht voor docenten de werkdruk.”
Jörgen: “Je moet wat mij betreft niet blind zijn voor de down side, maar ik maak me geen al te grote zorgen. Net als jij, Onno, zie ik veel kansen. Voor leerlingen kan het behulpzaam zijn, maar vooral voor docenten zie ik voordelen. ‘Maak eens een meerkeuzevraag met bijpassende antwoorden en vragen. De feedback die je daarop krijgt is veelbelovend voor de toekomst. Maar goed, er zit natuurlijk ook een schaduwzijde aan. Wat mij betreft moeten docenten daarom de regierol pakken: zit een leerling nog op de goede weg? Dát moet je checken.”
‘Wat mij betreft moeten docenten een regierol pakken: zit een leerling nog op de goede weg?’
Jullie zijn ook allebei geschiedenisdocent: leidt AI tot inflatie van het begrip waarheidsvinding?
Onno: “Ik snap de vraag. Primair liggen de bronnen in een boek. Voor opdrachten bij maatschappijvakken is bronanalyse superbelangrijk. Daar ligt voor zo’n vak ook een rol in de toekomst: hoe maken leerlingen een goede bronnenanalyse? Een van onze pijlers van het ICT-beleid is informatievaardigheden. Daar zetten wij de komende jaren vol op in. Als leerlingen iets lezen, moeten ze zich afvragen of iets echt is of fake. Ze moeten oefenen met bronnen, meters maken.”
Kunnen leerlingen nog het onderscheid maken tussen echt of fake?
Onno: “Nee, in de onderbouw vaak nog niet.”
Jörgen: “We testen het wel eens: dan laten we een foto zien van Rutte op een paard in de Noordoostpolder. Een groot deel van de leerlingen weet niet of het echt is of nep. Ze krijgen ook zoveel te zien op sociale media. Daar maak ik me nog weleens zorgen over. Kan een leerling het zelf nog wel goed inschatten?”
Onno: “Die invloed is enorm. Maar we proberen kinderen daarin te trainen. Bij het programma Millenium Skills laten we bijvoorbeeld leerlingen zelf een fake-afbeelding maken. Daar leren ze ook van.”
Jörgen: “Die AI-chatbox is natuurlijk heel tricky. Dat heeft ChatGPT slim gedaan, je hebt antwoord in een paar tellen, en de persona’s zoals Maia en Sandy zijn levensecht.”
Onno: “Ja, soms zie ik zelf ook niet of iets echt is of fake. Er kan al zo veel met deep fake. Het is de keerzijde van al het goede, maar daarvoor moet je niet op de rem gaan staan. We moeten misschien wel als school een protocol ontwikkelen hoe we willen dat leerlingen hiermee omgaan.”
Jörgen: “Het is denk ik de kern van je vak als docent: een leerling hierin goed begeleiden, de regiefunctie nemen en checken of de stof aankomt. Ik zou het zorgwekkend vinden als docenten dat niet meer kunnen.”
Onno: “Daar heb ik wel mijn twijfels over. Er zijn zoveel docenten nog digibeet, ondanks verwoede pogingen van de ICT-werkgroep om mensen daarin stappen te laten zetten. Dit soort vaardigheden zijn niet voor iedereen vanzelfsprekend.”
Jörgen: “Klopt, ik zie ook nog steeds collega’s die moeite hebben met het maken van een PowerPoint. Maar docenten moeten in de toekomst echt de leeropbrengst van een leerling kunnen checken. Dat is toch wel de basis?”
‘Het zombiescrollen gaat de wereld niet redden’
Hoe kijken jullie aan tegen het landelijk advies van de overheid om telefoons uit de school te weren?
Jörgen: “Ik had een lange discussie verwacht, maar eigenlijk verliep de introductie van het verbod zonder problemen. Leerlingen gaven aan dat ze ineens weer een kaartspel deden in de pauze, dat hadden ze zelf ook niet verwacht. Tegelijkertijd vind ik de landelijke discussie erover te gekleurd, alsof er maar één goede uitkomst is en er alleen maar voordelen aan kleven.”
Onno: “Wij werken sinds februari vorig jaar met telefoonhotels en dat verliep heel goed. Bij ons mochten ze nog wel voorkennis ophalen via de telefoon. Wij gaan nu tot de zomer de bredere discussie voeren over een verbod, samen met ouders, leerlingen en docenten. Het is goed om het gesprek erover te voeren. Het zombiescrollen gaat de wereld niet redden. Ik zou het wel jammer vinden als de telefoon helemaal uit de school verdwijnt.”
Jörgen: “Dat ben ik met je eens. Maar ik hoor toch ook wel geluiden van leerlingen die aangeven dat ze nu beter opletten in de les. Dat is wel mooi, toch?”
Onno: “Zeker. Er is veel onderzoek naar telefoonverslaving gedaan. Ligt de telefoon in het zichtveld, focussen kinderen er al op. Wat mij betreft liggen voor leerjaar 1 en 2 de telefoons in hun kluisje.”
Jörgen: “Ja, interactie over de stof kan ook via de laptop. Hoe je dat op een goede manier doet, is wel een uitdaging. Ik denk dat je moet zoeken naar variatie in je les: instructie door de docent, verwerken in een online tool, een interactieve klassenopdracht. Je moet afwisselen in werkvormen.”
Onno: “Wij zijn een pilot gestart over formatief handelen in twee brugklassen. We werken met leerdoelen, laten leerlingen succescriteria formuleren in hun schrift. Daarna krijgen ze open vragen in Lesson Up, waardoor ze begrijpen wat het leerdoel was en een controlevraag krijgen. Dat is wat mij betreft echt blended learning.”
Jörgen: “Ja, je moet leerlingen daarmee lekker laten klooien. Ze zeggen niet voor niets in het onderwijs ‘keep them busy’. Je moet ze uitdagen, met simultaan formatieve en interactieve opdrachten. Dat werkt.”